Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schoonmaakondernemer over inbesteden: "Gemeenten hebben die onzekere situatie zelf gecreëerd”

In navolging van onder meer de Rijksoverheid in Den Haag en de gemeente Amsterdam, gaat ook Groningen de schoonmaak voortaan zelf organiseren. Dit tot groot ongenoegen van de branche. “Want inbesteding leidt tot oneerlijke concurrentie”, zegt schoonmaakondernemer Jeroen Keus.

Jeroen Keus

De beslissing van de Rijksoverheid om in 2015 de schoonmaak in eigen beheer te nemen en daarvoor de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) op te richten, deed veel stof opwaaien in de branche (zie onderaan).

Een aantal schoonmaakbedrijven stapte zelfs naar de rechter, alhoewel dat weinig effect had. Ook het recentere nieuws over de gemeente Groningen die een soortgelijke stap gaat zetten, kan rekenen op ontzette reacties van schoonmaakondernemers.

Blijf bij je kerntaak

“Heel apart”, zegt de oprichter van Keus Schoonmaak en Diensten. “Als overheidsinstantie moet je je bezighouden met overheidszaken. Schoonmaak is niet hun kerntaak, dus laat dat over aan de professionals. Blijkbaar denken ze dat schoonmaak zodanig makkelijk uitvoerbaar is, dat ze het net zo goed zelf kunnen doen. Maar schoonmaak is een vak en zou uitgevoerd moeten worden door vakmensen.”

Leestip

Korte contracten en lage prijzen

Maar volgens Keus is de vraag of de gemeente het zelf kan, eigenlijk niet eens zo van belang. “Ik vind het, op zijn zachtst gezegd, ronduit oneerlijk. Want ze reageren nu op een situatie die ze zelf hebben gecreëerd”, zegt de ondernemer.

“Overheidsinstanties hebben een aanbestedingsplicht. Jarenlang schreven overheden en gemeenten schoonmaakaanbestedingen uit waarbij ze gingen voor een lage prijs en een korte contractduur. En vervolgens krijgen wij, de schoonmaakbedrijven, de schuld van het feit dat schoonmakers amper vaste contracten krijgen. Ze zijn daar zelf debet aan, met die kortlopende contracten en lage prijzen.”

Jarenlang schreven overheden en gemeenten schoonmaakaanbestedingen uit waarbij ze gingen voor een lage prijs en een korte contractduur.

Hij voegt daaraan toe: “Tegenwoordig is de contractduur overigens vaak wel langer, maar dat is absoluut wel eens anders geweest.”

De waardering die ze verdienen

De PvdA Groningen kwam afgelopen zomer met een persbericht. “We zien dat de mensen die ons land vooruithelpen, zoals de schoonmakers, niet de waardering krijgen die ze verdienen. Sterker nog, ze worden het laagst beloond en kennen de meeste onzekerheid. Dat moet echt anders”, vertelde Julian Bushoff, voorman van de Partij van de Arbeid in Groningen.

Hij noemde de inbesteding van schoonmaak in de gemeente een overwinning. “Een vast gemeentelijk dienstverband zorgt er namelijk voor dat de schoonmakers niet alleen onderdeel worden van de gemeente, waar ze gewoon bij horen, ze gaan er bovendien flink op vooruit in loon en arbeidsvoorwaarden. Daarmee laten we als gemeente pas echt zien dat we hun harde werk waarderen.”

Lees ook

Ambtenaar versus schoonmaker

“Het voelt voor mij gewoon niet goed”, zegt Keus. “Het is valse concurrentie, waar wij niet tegenop kunnen boksen. Voor de schoonmakers is het waarschijnlijk beter om voor een gemeente te werken dan bij een schoonmaakbedrijf. Als ambtenaar geniet je meer privileges dan als medewerker bij een schoonmaakbedrijf, met meer zekerheden en uurlonen die hoger zijn dan in de cao-schoonmaak.”

Het ambtenaarschap biedt schoonmakers slechts schijnzekerheid

Zo vertelde SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk aan RTV Noord dat schoonmakers een kleine 200 euro per maand extra krijgen als ze bij de gemeente Groningen willen werken. “Een flinke smak geld voor die mensen, die eigenlijk al jaren onderbetaald worden”, zei hij erbij. Echter, Piet Adema, voorzitter van Schoonmakend Nederland, sprak een paar jaar geleden over schijnzekerheid. Over de inbesteding door de gemeente Amsterdam schreef hij toentertijd in het Parool: “Als ambtenaar krijgen schoonmakers geen gelegenheid om zich fatsoenlijk te ontwikkelen binnen hun vakgebied; de kans op een vervolgstap in hun loopbaan stagneert zo. Het ambtenaarschap biedt hen slechts schijnzekerheid.”

Rijksschoonmaakorganisatie

De schoonmaakbranche schudde in 2014 op haar grondvesten toen de Rijksoverheid haar plan bekendmaakte om schoonmakers zelf in dienst te nemen. Lodewijk Asscher, toenmalig minister van Sociale Zaken, voerde als belangrijkste reden op dat schoonmakers betere arbeidsvoorwaarden verdienden. Dit leidde tot de oprichting van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO), die sinds 1 januari 2016 schoonmakers in dienst neemt zodra een contract met een commercieel schoonmaakbedrijf afloopt.

De schoonmaaksector was hier allerminst blij mee. Niet alleen omdat schoonmaakbedrijven door de inbesteding gigantisch veel omzet mislopen (zo’n zestig miljoen euro), maar ook omdat de regering de schoonmaakbedrijven onterecht uitmaakt voor slechte werkgevers.

CSU, Gom, HECTAS, ICS Groep, Dolmans, Asito, VLS, GCA en ISS Facility Services stapten dan ook gezamenlijk naar de rechter. Ze vonden dat de RSO handelt als een bedrijf en daarom niet zonder concurrentie al die opdrachten in de wacht mag slepen. Ook eisten de negen schoonmaakbedrijven een schadevergoeding voor de aan de markt onttrokken schoonmaakwerkzaamheden. De rechter oordeelde echter dat het onderbrengen van de schoonmaakwerkzaamheden voor de Rijksoverheid bij de RSO niet in strijd is met de aanbestedings-, staatssteun- en mededingingsregels. Ook in hoger beroep werden de schoonmaakbedrijven in het ongelijk gesteld.

Na de Rijksoverheid, hebben onder meer de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven de schoonmaak ook al inbesteed.

Laatste nieuws

Ondernemen

Launching Partners